Citaat | Hoge Raad 17 april 2015

Onder 3.11.1 Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1063.

Simba c.s. dienen te worden veroordeeld in de kosten van het principale beroep. Hasbro c.s. hebben aanspraak gemaakt op vergoeding van die kosten op de voet van art. 1019h Rv. Zij hebben een totaalbedrag opgevoerd van € 41.097,07. Het daartegen gevoerde verweer van Simba c.s. voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen, voor zover het slechts in algemene bewoordingen inhoudt dat de gevorderde kosten niet redelijk en evenredig zijn en de billijkheid zich tegen toewijzing verzet. Wel voeren Simba c.s. terecht aan dat Hasbro c.s. geen uitsplitsing hebben gemaakt van de kosten in het principale en in het incidentele beroep, noch van de kosten besteed aan de auteursrechtelijke grondslag en die betreffende de slaafse nabootsing (op welke laatste art. 1019h Rv niet van toepassing is). Voorts is in de post ‘Resterende uren re- en dupliek’ kennelijk sprake van een dubbeltelling tot een bedrag van € 4.144,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081, en de alinea staat in dat document op bytes 35364 tot 36299.