Citaat | Hoge Raad 17 april 2015
Onder 3.2.3 Hoge Raad 17 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1074.
Het hof stelde voorop dat [eiser] voldoende belang had bij zijn beroep, ook nu dit alleen nog de proceskostenveroordeling in eerste aanleg betrof (rov. 2.6). Het hof verwierp de grief van [eiser] dat de voorzieningenrechter zijn beslissing ten onrechte heeft gebaseerd op de nader aangevoerde paulianagrond. Deze alsnog aangevoerde (grondslag van de) vordering heeft immers niet geleid tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging of onredelijke vertraging van het geding, ook al is deze grondslag pas daags voor de zitting aangevoerd. Dit impliceert niet dat een behoorlijke verdediging tegen die (grondslag van de) vordering niet mogelijk is, en daarvan is ook niet gebleken. Een doelmatige rechtspleging wordt erdoor gediend dat Nidera c.s. niet voor nieuw opgekomen vorderingen opnieuw beslag moeten leggen. Daarom is een eisvermeerdering als hier aan de orde, binnen de grenzen van een goede procesorde toelaatbaar. (rov. 2.7) Voorts is niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de vorderingen van Nidera c.s., en evenmin dat de beslagen onnodig zijn gelegd. De enkele omstandigheid dat de vorderingen in de bodemprocedure in eerste aanleg zijn afgewezen brengt dit niet mee, te minder nu hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof achtte zich binnen het bestek van dit kort geding niet in staat een beslissing te geven over de vraag welk recht van toepassing is op de vorderingen van Nidera c.s. Evenwel kon niet op voorhand worden gezegd dat de vordering, die is gebaseerd op schending van een op [eiser] persoonlijk rustende verplichting, geen steun vindt in het toepasselijke recht, ook niet als in het midden wordt gelaten welk recht dat is. In dit verband is mede van belang dat [eiser] het gestelde paulianeus handelen heeft erkend, zodat niet op voorhand kan worden gezegd dat een daarop gebaseerde vordering geen steun vindt in de feiten. (rov. 2.8-2.10) [eiser] heeft in dit licht te weinig gesteld om summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering van Nidera c.s. te doen blijken of van de onnodigheid van het beslag, de wederzijdse belangen van partijen in aanmerking nemende. [eiser] is dus niet ten onrechte door de voorzieningenrechter in de proceskosten veroordeeld. (rov. 2.11)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5e07a017fa8f59a27a7bb18b945cddbeecddca6c68217403a824106375f2e4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5e07a017fa8f59a27a7bb18b945cddbeecddca6c68217403a824106375f2e4d, en de alinea staat in dat document op bytes 13028 tot 15306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5e07a017fa8f59a27a7bb18b945cddbeecddca6c68217403a824106375f2e4d | shasum -a 256