Citaat | Hoge Raad 21 april 2015

Onder 3.4. Hoge Raad 21 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1090.

Het Hof heeft geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat de in de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde genoemde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het Hof heeft vervolgens kennelijk niet aannemelijk geoordeeld dat vorenbedoelde voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Gelet op hetgeen onder 1 bewezen is verklaard en in aanmerking genomen dat het Hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen onder meer heeft vastgesteld dat de verdachte die dag ter zake van winkeldiefstal is aangehouden, zij heeft verklaard dat zij "winkeldiefstal [heeft] gepleegd" en zij toen als passagier heeft gezeten in de auto waarin vorenbedoelde goederen zijn aangetroffen, is het oordeel van het Hof dat niet aannemelijk is dat deze voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, niet zonder meer begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef57add8067b5a8bd75a17e48a65969c94db1f62d034372e9eb129aa38f85f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef57add8067b5a8bd75a17e48a65969c94db1f62d034372e9eb129aa38f85f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 20834 tot 21748.