Citaat | Hoge Raad 21 april 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 21 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1099.

Ik, [verbalisant 2], heb een identiteitsfouillering uitgevoerd op de man en hem gevraagd of hij scherpe voorwerpen bij zich droeg. Wij zagen dat de man de gehele tijd zijn handen weer in zijn zakken wilde doen. Hierop hebben wij gezegd dat de man zijn handen zichtbaar moest houden voor ons. Wij zagen dat de man hier niet aan voldeed. In een jaszak van de man trof ik (het hof begrijpt: [verbalisant 2]) een identiteitskaart aan. Ik, [verbalisant 2], zag dat de foto op de identiteitskaart niet overeenkwam met de persoon die voor mij stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce02a49e2d23360b9b88f339198eccf17d69ca29fc05c9a153995c4adb961ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce02a49e2d23360b9b88f339198eccf17d69ca29fc05c9a153995c4adb961ced, en de alinea staat in dat document op bytes 9879 tot 10434.