Citaat | Hoge Raad 24 april 2015

Onder 3.3.2 Hoge Raad 24 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119.

“4.16. Op zichzelf is juist dat de gemeente de kosten van het bindend advies heeft betaald en dat [A] namens de gemeente in eerste aanleg bij de behandeling van de vordering in kort geding is verschenen, maar deze feiten spelen bij de hier te beantwoorden vraag geen rol van betekenis, omdat het moment waarop moet worden beoordeeld of de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is toe te rekenen aan de pseudoprincipaal het moment is waarop de gestelde overeenkomst tot stand zou zijn gekomen […]. Onweersproken is gesteld dat [A] de gemeente niet in kennis heeft gesteld van het kort geding, en de factuur van [de bindende adviseur] onder een andere noemer (te weten planschade) heeft laten betalen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c, en de alinea staat in dat document op bytes 10407 tot 11130.