Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.3.3 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119.
“3.31. Het feit dat de dagvaarding in kort geding meteen door de receptioniste is doorgeleid naar [A] en het feit dat de kosten van het rapport van [de bindende adviseur] onder de noemer planschade in de administratie is verwerkt, zijn feiten die zijn voorgevallen na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. Om die reden zijn deze feiten, zoals ook de rechtbank heeft geoordeeld (rechtsoverweging 4.16), niet van belang voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Het feit dat [A] over de onderhavige kwestie een persoonlijk dossier heeft bijgehouden, waarin hij de correspondentie met [eisers] bewaarde, is eveneens eerst gebleken ver na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c, en de alinea staat in dat document op bytes 11315 tot 12128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c | shasum -a 256