Citaat | Hoge Raad 24 april 2015

Onder 3.4.2 Hoge Raad 24 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119.

Deze klacht is gegrond. De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook berusten op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de totstandkoming van de betrokken rechtshandeling (vgl. HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9429, NJ 2001/157 (Kuijpers/Wijnveen)). Het oordeel van het hof geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ba4e6e2b461d8cdba3d5fe737c14dfa27aff026dc2de478928422d4a579313c, en de alinea staat in dat document op bytes 12684 tot 13054.