Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.3.2 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128.
De rechter die in kort geding beslist op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de civiele bodemrechter een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van die bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit uitgangspunt. Dit zal het geval kunnen zijn indien het vonnis van de civiele bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust, alsook indien sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen. (vgl. HR 7 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0015, NJ 2011/304)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2, en de alinea staat in dat document op bytes 11655 tot 12601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2 | shasum -a 256