Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.3.4 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128.
Indien in kort geding van de civiele rechter wordt verlangd dat hij een voorlopige voorziening treft voor de beoordeling waarvan de rechtmatigheid van een bestuursbesluit waartegen beroep bij de bestuursrechter is ingesteld, van belang is, dient hij, indien de uitspraak van de bestuursrechter niet kan worden afgewacht, zijn oordeel over die rechtmatigheid af te stemmen op de uitspraak die van de bestuursrechter mag worden verwacht (vgl. onder meer HR 18 februari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1267, NJ 1995/718). Indien op dit punt reeds door de bestuursrechter is geoordeeld, maar tegen diens uitspraak een rechtsmiddel is ingesteld, dient de rechter in kort geding in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van de bestuursrechter op gelijke wijze als hiervoor in 3.3.2 is vermeld. Daaraan ligt dan de bevoegdheidsverdeling tussen de civiele rechter en de bestuursrechter - en het beginsel van formele rechtskracht ten grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2, en de alinea staat in dat document op bytes 13172 tot 14124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2f4b0038267e24d74e077c61fb0630350226452da9216bc172d0d8a3bcd6ec2 | shasum -a 256