Citaat | Hoge Raad 23 januari 2015
Onder 3.4.4 Hoge Raad 23 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:113.
Bij die stand van zaken heeft het hof met toewijzing van de vordering de regel van de tweede zin van art. 611a lid 1 Rv niet miskend. Er stonden [B] immers geen middelen ten dienste om (terug)betaling van de koopsom door rechtstreekse tenuitvoerlegging te bewerkstelligen, nu het dictum van het bestreden arrest daartoe geen veroordeling bevat. Eerst ter gelegenheid van de teruglevering van de onroerende zaak – waarvoor de medewerking van [A] noodzakelijk was – zou [B] het bedrag van de eerder betaalde koopsom terugbetaald kunnen krijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38bf87f9b3fe62e1327fc96a81619217e8eb6d4fef038b0ee78ff60afe835529. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38bf87f9b3fe62e1327fc96a81619217e8eb6d4fef038b0ee78ff60afe835529, en de alinea staat in dat document op bytes 17254 tot 17813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38bf87f9b3fe62e1327fc96a81619217e8eb6d4fef038b0ee78ff60afe835529 | shasum -a 256