Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.2 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1135.
In het onderhavige geding heeft de Staat gevorderd, samengevat, dat [verweerster] op straffe van verbeurte van een dwangsom zal verklaren welke buitenlandse bankrekeningen zij na 31 januari 1994 bij KB-Lux en eventuele andere buitenlandse banken aanhoudt of heeft aangehouden, dat zij opgaaf zal doen van die rekeningen, bescheiden zal verstrekken en een mondelinge toelichting daarop zal geven. [verweerster] heeft in reconventie gevorderd dat, indien de vordering van de Staat zou worden toegewezen, aan die toewijzing de voorwaarde wordt verbonden dat de Staat pas overgaat tot executie van het bevel onder dwangsom nadat hij [verweerster] schriftelijk heeft bevestigd dat de afgedwongen informatie niet zal worden gebruikt als bewijs ten behoeve van boete-oplegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35dcd63c667e609ed657f48139de29847b5dded6deb96be8f90ae3cb88ecef04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35dcd63c667e609ed657f48139de29847b5dded6deb96be8f90ae3cb88ecef04, en de alinea staat in dat document op bytes 11182 tot 11965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35dcd63c667e609ed657f48139de29847b5dded6deb96be8f90ae3cb88ecef04 | shasum -a 256