Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.11 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1137.
In het licht van het arrest van de derde kamer van de Hoge Raad van 27 juni 2001, nr. 35889, ECLI:NL:HR:2001:AB2314 (BNB 2002/27) - waarin onder meer werd overwogen 'dat een verklaring die de betrokkene heeft afgelegd ter voldoening aan die verplichting [hof: de verplichting ingevolge artikel 47 AWR], niet mag worden gebruikt ten behoeve van de boeteoplegging' - moet echter worden aangenomen dat hieronder in ieder geval dienen te worden begrepen de van [verweerder] gevorderde verklaringen en mondelinge toelichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d, en de alinea staat in dat document op bytes 11069 tot 11602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d | shasum -a 256