Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.6.4 Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1137.
Voor zover de betrokkene in het geding voor de voorzieningenrechter een ontoereikend verweer voert dan wel sprake is van omstandigheden die pas na het kort geding blijken, is van belang dat ook in de executiefase de stelplicht en bewijslast van de beschikbaarheid van het materiaal voor de betrokkene op de Staat rusten (zie hiervoor in 3.6.1 onder b). De executierechter heeft bij de beoordeling van een en ander een eigen verantwoordelijkheid en is niet gebonden aan het oordeel van de rechter die afgifte heeft gelast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d, en de alinea staat in dat document op bytes 18842 tot 19376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e81efb80d41bc2e7cfe290b01edc36514959cb5cbc73581076b4acd441593d5d | shasum -a 256