Citaat | Hoge Raad 24 april 2015
Onder 3.1. Hoge Raad 24 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1171.
Bij de beoordeling van de in het principale en het incidentele beroep voorgestelde middelen moet het volgende worden vooropgesteld. Zoals is overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 3 april 2015, nr. 13/04247, ECLI:NL:HR:2015:812 (hierna: het arrest van 3 april 2015), blijft artikel 17a UBIB 2001 buiten toepassing indien komt vast te staan dat de uit een stapeling van forfaits voortvloeiende waardering van verhuurde woningen in betekenende mate (dat wil zeggen voor 10 percent of meer) hoger is dan de werkelijke waarde daarvan. Indien dat geval zich voordoet dient voor de toepassing van artikel 5.20, lid 3, Wet IB 2001 met de waardedruk als gevolg van verhuur van een woning rekening te worden gehouden volgens de hoofdregels van box 3, namelijk door uit te gaan van de werkelijke waarde in het economische verkeer van de verhuurde woning op de WOZ-waardepeildatum, in dit geval 1 januari 2009.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e211e248767457b313acc5e1d92ea4af02d59343f64979f27a158ef47c5e4f09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e211e248767457b313acc5e1d92ea4af02d59343f64979f27a158ef47c5e4f09, en de alinea staat in dat document op bytes 12001 tot 12919.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e211e248767457b313acc5e1d92ea4af02d59343f64979f27a158ef47c5e4f09 | shasum -a 256