Citaat | Hoge Raad 1 mei 2015

Onder 3.1 Hoge Raad 1 mei 2015

Een alinea uit Hoge Raad 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1200.

De beoordeling van de auteursrechtelijke beschermingsomvang van een bepaald werk en van de vraag of daarop door een ander werk inbreuk wordt gemaakt, is in hoge mate feitelijk van aard en derhalve slechts in (zeer) beperkte mate vatbaar voor toetsing in cassatie. Klachten die in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling in cassatie vragen, miskennen de grenzen van de cassatierechtspraak. Overigens dient de wijze waarop de toetsing door de feitenrechter is uitgevoerd in overeenstemming te zijn met de toepasselijke rechtsregels en moet de uitspraak tenminste zodanig zijn gemotiveerd dat deze voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden — in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen — controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Daartoe is evenwel niet steeds vereist dat alle door een partij aangedragen stellingen door de rechter uitdrukkelijk in de motivering worden betrokken (zie onder meer HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1533, NJ 2013/503).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ec4e36c9e88d6bffdf9fcfde776218ed3e7a8b407c49126f0334ce9a53a612d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ec4e36c9e88d6bffdf9fcfde776218ed3e7a8b407c49126f0334ce9a53a612d, en de alinea staat in dat document op bytes 7579 tot 8672.