Citaat | Hoge Raad 27 januari 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 27 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:122.
Ter plaatse op de [a-straat 1] heb ik, verbalisant [verbalisant 4], de deur met de sleutel geopend. Wij, verbalisanten, hebben de woning betreden. Wij, verbalisanten, liepen via de berging door de woonkamer en zagen aldaar een bank met een dekbed. Ik, verbalisant [verbalisant 3], trok het dekbed een stukje weg en wij, verbalisanten, zagen daaronder een man liggen. Wij, verbalisanten, zagen dat bij deze man een snoer tweemaal om zijn nek was gewikkeld. Wij, verbalisanten, zagen dat de vinger van de hand van deze man onder een gedeelte van het genoemde snoer zat. Wij, verbalisanten, zagen dat zijn hoofd roodpaars van kleur was. Wij zagen dat deze man geen ademhaling meer had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/791d2f89d146f37c43f9ef4568c775f61a7dec9f0483958b56c66f4eed415a5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 791d2f89d146f37c43f9ef4568c775f61a7dec9f0483958b56c66f4eed415a5e, en de alinea staat in dat document op bytes 11674 tot 12369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/791d2f89d146f37c43f9ef4568c775f61a7dec9f0483958b56c66f4eed415a5e | shasum -a 256