Citaat | Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 3.2. Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1259.
De van belanghebbende nageheven accijnzen zijn verschuldigd geworden door het feit dat belanghebbende sigaretten voorhanden heeft gehad die niet voordien overeenkomstig de Wet op de accijns in de heffing van accijns waren betrokken. Ditzelfde feit is, voor zover hier van belang, het misdrijf waarvoor belanghebbende door de strafrechter is veroordeeld. Dit brengt mee dat de door belanghebbende als kosten opgevoerde nageheven accijnzen verband houden met een misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.14, lid 1, aanhef en letter d, van de Wet IB 2001. Het andersluidende oordeel van het Hof geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel slaagt mitsdien in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c, en de alinea staat in dat document op bytes 13158 tot 13851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c | shasum -a 256