Citaat | Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 3.3. Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1259.
Opmerking verdient dat in het middel onder verwijzing naar het proces-verbaal van de zitting van het Hof van 11 december 2013 voorts wordt betoogd dat belanghebbende de van hem nageheven accijnzen en omzetbelasting in de jaren 2005 en 2006 ook daarom niet ten laste van zijn belastbare resultaat uit overige werkzaamheden kan brengen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden die goed koopmansgebruik stelt aan het vormen van een voorziening. Daarbij heeft het middel kennelijk het oog op het onderdeel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de Inspecteur ter zitting van het Hof heeft gesteld dat belanghebbende de desbetreffende naheffingsaanslag nooit zal betalen. In het licht van deze stelling van de Inspecteur is ’s Hofs hiervoor in 2.2.2 vermelde oordeel dat belanghebbende voor de jaren 2005 en 2006 overtuigend heeft aangetoond dat een voorziening mag worden gevormd, zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, niet begrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c, en de alinea staat in dat document op bytes 14447 tot 15411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa565741ad11a6080a72ee9e3f52ca4f484d7cec3e7ba9b791f5f013ff4a615c | shasum -a 256