Citaat | Hoge Raad 27 januari 2015
Onder 1.4.1 Hoge Raad 27 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:133.
Blijkens de verklaring van de getuige [betrokkene 4] ter terechtzitting in hoger beroep van 6 februari 2013 heeft hij op 21 augustus 2009, na het ten laste gelegde feit en vóór de aangifte, telefonisch contact gehad met [betrokkene 3] of de verdachte. In het telefonisch contact werd aan hem verteld dat [betrokkene 1] was geslagen en dat er foto's van haar waren genomen. Ook heeft hij in het telefonisch contact gelach en gepraat op de achtergrond gehoord. Gelet op deze verklaring overweegt het hof dat het opgenomen telefoongesprek, zoals weergegeven op de pagina's 92 en 93 van het dossier, niet op zichzelf staat maar past binnen de context die blijkt uit voormeld vóór de aangifte gevoerde telefoongesprek van [betrokkene 4]. De omstandigheid dat slechts een deel van het latere telefoongesprek is opgenomen doet niets af aan de stellige bewoordingen van dit gesprek. Naar het oordeel van het hof, dat dit gesprek heeft beluisterd op de terechtzitting en in hoger beroep van 11 januari 2012 en 6 februari 2013, laten de bewoordingen en de toonzetting van het gesprek voorts in redelijkheid geen ruimte voor de stelling van de verdediging dat het hier om 'spot' of enige vorm van ironie zou zijn gegaan. Het verweer wordt derhalve verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b8a5872eca637ac441eb4ce21d00322fa381f0918ad0043c07b0841edb0ab2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b8a5872eca637ac441eb4ce21d00322fa381f0918ad0043c07b0841edb0ab2, en de alinea staat in dat document op bytes 15706 tot 16970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32b8a5872eca637ac441eb4ce21d00322fa381f0918ad0043c07b0841edb0ab2 | shasum -a 256