Citaat | Hoge Raad 27 januari 2015

Onder 1.4.4 Hoge Raad 27 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:133.

De verklaring van [betrokkene 4] en de waarneming van de verbalisant worden op hun beurt weer ondersteund door het telefoongesprek tussen [betrokkene 4] en een van de zusjes vlak voor de aangifte, evenals door het opgenomen telefoongesprek tussen de verdachte en [betrokkene 4]. In beide gesprekken geven de verdachte en/of [betrokkene 3] aan dat [betrokkene 1] door hen is geslagen en dat er foto's van haar zijn gemaakt. Daarnaast zegt de verdachte in het laatstgenoemde telefoongesprek tegen [betrokkene 4] dat hij ([betrokkene 4]) nog wel zal zien waar die foto's op komen.22 De verdachte heeft weliswaar beweerd dat zij boos was op [betrokkene 4] en hem daarom wilde kwetsen,23 maar de verdachte heeft naar het oordeel van het hof geen begrijpelijke verklaring kunnen geven voor hetgeen zij omtrent het slaan en de foto's in dat gesprek heeft gezegd. Het hof verwijst voor de waardering van dit telefoongesprek naar rechtsoverweging 1.4.1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b8a5872eca637ac441eb4ce21d00322fa381f0918ad0043c07b0841edb0ab2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b8a5872eca637ac441eb4ce21d00322fa381f0918ad0043c07b0841edb0ab2, en de alinea staat in dat document op bytes 25863 tot 26820.