Citaat | Hoge Raad 26 mei 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 26 mei 2015
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1340.
De raadsman van de verdachte die overeenkomstig art. 311, tweede lid, Sv in verbinding met art. 331, eerste lid, Sv het woord voert, heeft in beginsel het recht daarbij aan te voeren wat hem in het belang van de verdediging dienstig voorkomt. Deze regel is van zo grote betekenis dat niet-nakoming daarvan in het algemeen leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting. (Vgl. HR 23 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9251, NJ 1993/696.) Anders dan in het middel wordt betoogd, betekent dit niet dat de raadsman het recht heeft gedurende onbeperkte tijd het woord ter verdediging te voeren. Voor zover aan het middel ten grondslag ligt de opvatting dat het beperken van de voor het houden van pleidooi beschikbare tijd in strijd is met het "recht op het voeren van pleidooi, zoals geregeld in art. 311 Sv", onderscheidenlijk de opvatting dat zo een beperking steeds in strijd is met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6, derde lid onder c, EVRM, faalt het middel omdat deze opvattingen - in hun algemeenheid - onjuist zijn. Een begrenzing van de voor het houden van pleidooi beschikbare tijd brengt immers niet zonder meer mee dat de raadsman de hem krachtens art. 311, tweede lid, Sv en art. 6, derde lid onder c, EVRM toekomende verdedigingsrechten niet voldoende heeft kunnen uitoefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49ed359a06ba5828a85eb67f7b21140e1e219b9adda7e79f98c8156f1fa20757. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49ed359a06ba5828a85eb67f7b21140e1e219b9adda7e79f98c8156f1fa20757, en de alinea staat in dat document op bytes 19643 tot 20968.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49ed359a06ba5828a85eb67f7b21140e1e219b9adda7e79f98c8156f1fa20757 | shasum -a 256