Citaat | Hoge Raad 29 mei 2015
Onder 3.4.2. Hoge Raad 29 mei 2015
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1353.
Het Hof heeft ten overvloede geoordeeld dat de overdrachtsbelasting ingevolge de Wet BRV is verschuldigd door een ander dan belanghebbende. Ook dat laatste staat aan de aftrek bedoeld in punt 96 van het arrest Halifax niet in de weg wanneer een belastingplichtige in het kader van het behalen van een btw-voordeel de geheven overdrachtsbelasting geheel voor haar rekening heeft genomen, hetgeen - zoals hiervoor in 3.1.6 is overwogen – belanghebbende heeft gedaan. De onderhavige zaak hangt samen met de zaken met nummers 14/01132, 14/01133 en 14/01135 tot en met 14/01137 van belanghebbende. Deze zaken behelzen de diverse naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en alle afwijzende beschikkingen op verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting met betrekking tot de school over diverse tijdvakken in de periode maart 2002 tot en met maart 2003. Om proceseconomische redenen zal met het geheven bedrag aan overdrachtsbelasting rekening worden gehouden in de onderhavige zaak. De door de Inspecteur niet in aftrek toegelaten omzetbelasting dient derhalve te worden verminderd met de overdrachtsbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f80b5f9058acd88595cc7e473df8e27cd65ffa83e01f5debc8aa6a09ee4a4779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f80b5f9058acd88595cc7e473df8e27cd65ffa83e01f5debc8aa6a09ee4a4779, en de alinea staat in dat document op bytes 18870 tot 19989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f80b5f9058acd88595cc7e473df8e27cd65ffa83e01f5debc8aa6a09ee4a4779 | shasum -a 256