Citaat | Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 3.4.7 Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1413.

Uit het voorgaande volgt dat bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre plaats is voor de sanctie van art. 21 WvK, mede van belang kan zijn of derden (in dit geval: de verhuurder) van de vennootschappelijke hoedanigheid van de commanditaire vennoot op de hoogte waren of behoorden te zijn, en dat steeds van belang is of de commanditaire vennoot tegen wie de sanctie van die bepaling wordt ingeroepen, ter zake van zijn handelen een verwijt valt te maken. Het middel is dan ook gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4679569ad567190ca8e0ed64837fe169382141e85379087a8daddac94d8ad1f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4679569ad567190ca8e0ed64837fe169382141e85379087a8daddac94d8ad1f2, en de alinea staat in dat document op bytes 17123 tot 17631.