Citaat | Hoge Raad 5 juni 2015

Onder 3.7 Hoge Raad 5 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473.

Wil aangenomen kunnen worden dat een schuldenaar tegen wie het verzoek tot faillietverklaring is gericht, verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan moet tenminste één (onbetaalde) vordering van de aanvrager summierlijk komen vast te staan, en moet van één andere onbetaalde vordering op de schuldenaar blijken. Of er sprake is van de toestand van opgehouden hebben te betalen moet aan de hand van de ook verder gebleken gegevens worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40248d41f8b7876f0ad17d08c0c82b6025d43ce9ee77ddb6c5a5b11a7a7eed05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40248d41f8b7876f0ad17d08c0c82b6025d43ce9ee77ddb6c5a5b11a7a7eed05, en de alinea staat in dat document op bytes 14656 tot 15143.