Citaat | Hoge Raad 5 juni 2015

Onder 3.3.3 Hoge Raad 5 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473.

Op het hiervoor in 3.3.2 weergegeven uitgangspunt is in HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY6204, NJ 2006/610, een nuancering aanvaard. Indien op een daartoe strekkende aanvraag een faillissement is uitgesproken, bepaalt de daarmee ingetreden toestand van faillissement de rechtspositie van alle schuldeisers. Daarbij past dat de appelrechter niet reeds gehouden is het vonnis van faillietverklaring te vernietigen op de enkele grond dat de schuldenaar stelt, en de aanvrager niet weerspreekt of zelfs erkent, dat het aan de rechter in eerste aanleg summierlijk gebleken vorderingsrecht van de aanvrager niet bestaat. Ook in zo’n geval mag de appelrechter dus zelfstandig beoordelen of summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van de aanvrager.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40248d41f8b7876f0ad17d08c0c82b6025d43ce9ee77ddb6c5a5b11a7a7eed05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40248d41f8b7876f0ad17d08c0c82b6025d43ce9ee77ddb6c5a5b11a7a7eed05, en de alinea staat in dat document op bytes 18168 tot 18932.