Citaat | Hoge Raad 9 juni 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1497.

De Hoge Raad heeft op 26 maart 2013 (LJN BZ5399) geoordeeld dat "het horen van de advocaat die op de terechtzitting hetzij de verdachte als raadsman bij staat, hetzij hem op de voet van (art. 48 WED in verbinding met) art. 398, onder 2°, Sv vertegenwoordigt, hetzij hem als op de voet van art. 279 Sv gemachtigde verdedigt - behoudens bijzondere gevallen waarvan te dezen niet is gebleken - niet past in het Nederlandse stelsel van strafvordering (vgl. ten aanzien van het openbaar ministerie HR 19 december 1995, LJN ZD0328, NJ 1996/249)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0592011cc4a39a7d19f674218fb0a0f461da8b58d9eaff8532d5661dc8aca6ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0592011cc4a39a7d19f674218fb0a0f461da8b58d9eaff8532d5661dc8aca6ba, en de alinea staat in dat document op bytes 9255 tot 9809.