Citaat | Hoge Raad 9 juni 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 9 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1497.
Gelet op het door de Rechtbank genoemde arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5399, NJ 2013/207 heeft zij met juistheid geoordeeld dat het horen van de advocaat die op de terechtzitting hetzij de verdachte als raadsman bijstaat, hetzij hem op de voet van (art. 48 WED in verbinding met) art. 398, onder 2°, Sv vertegenwoordigt, hetzij hem als op de voet van art. 279 Sv gemachtigde verdedigt - behoudens bijzondere gevallen - niet past in het Nederlandse stelsel van strafvordering. Anders dan de Rechtbank heeft geoordeeld, is de advocaat die de opgeëiste persoon bijstaat of heeft bijgestaan in de strafzaak die tot het uitleveringsverzoek heeft geleid, in een uitleveringsprocedure als de onderhavige niet zonder meer aan te merken als de advocaat die "op de terechtzitting" hetzij de opgeëiste persoon als raadsman bijstaat, hetzij hem vertegenwoordigt in de hiervoor bedoelde zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0592011cc4a39a7d19f674218fb0a0f461da8b58d9eaff8532d5661dc8aca6ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0592011cc4a39a7d19f674218fb0a0f461da8b58d9eaff8532d5661dc8aca6ba, en de alinea staat in dat document op bytes 11671 tot 12595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0592011cc4a39a7d19f674218fb0a0f461da8b58d9eaff8532d5661dc8aca6ba | shasum -a 256