Citaat | Hoge Raad 9 juni 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1504.
Het hof stelt in deze zaak vast dat vanuit het perspectief van verdachte hij (...) met [het slachtoffer] (feit 1) (...) een zakelijke verbintenis is aangegaan die niet afweek van hetgeen hij met andere meisjes afsprak, namelijk een derde voor het meisje, een derde voor de belastingdienst en een derde voor het bedrijf van verdachte. In het dossier zijn geen aanwijzingen te vinden dat verdachte het voor de belastingdienst ingehouden geld niet heeft afgedragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d9dea2e76a4b40ea8dbd3187a328f65a5ec9325368f675769427967afc43944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d9dea2e76a4b40ea8dbd3187a328f65a5ec9325368f675769427967afc43944, en de alinea staat in dat document op bytes 21748 tot 22223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d9dea2e76a4b40ea8dbd3187a328f65a5ec9325368f675769427967afc43944 | shasum -a 256