Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 1.4. Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:157.
Indien bij een beroepschrift dat is ondertekend door een andere persoon dan de indiener niet een schriftelijke volmacht is overgelegd, is sprake van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 Awb. Dit is slechts anders ingeval de gemachtigde een advocaat is. Zie over dit een en ander HR 10 januari 2014, nr. 13/02112, ECLI:NL:HR:2014:2, BNB 2014/44. Laatstbedoelde, op artikel 8:24, lid 2, Awb berustende uitzondering maakt, anders dan [X] onder meer heeft betoogd, geen inbreuk op enig algemeen en/of verdragsrechtelijk beschermd rechtsbeginsel, in het bijzonder niet op het gelijkheidsbeginsel, aangezien een advocaat doordat deze op grond van de wet is gebonden aan specifiek voor zijn beroep geldende voorschriften, in een andere positie verkeert dan een rechtsbijstandverlener die niet de hoedanigheid van advocaat heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efe3a5331969a86359d9ab91e641b8e838a35ee25bed80956814f11e01ab37f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efe3a5331969a86359d9ab91e641b8e838a35ee25bed80956814f11e01ab37f, en de alinea staat in dat document op bytes 6460 tot 7297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efe3a5331969a86359d9ab91e641b8e838a35ee25bed80956814f11e01ab37f | shasum -a 256