Citaat | Hoge Raad 12 juni 2015

Onder 3.3 Hoge Raad 12 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600.

Middel I keert zich tegen hetgeen het hof heeft overwogen in zijn rov. 6.5 en 6.6. Volgens het middel zijn deze overwegingen onbegrijpelijk omdat [eiser] schadevergoeding heeft gevorderd op de voet van art. 6:96 leden 1 en 2 BW en dus niet vergoeding van proceskosten op de voet van art. 241 Rv. De gevorderde schadevergoeding betreft de voor de procedure tot opheffing van het beslag gemaakte kosten van zijn advocaat, de in die procedure gemaakte reiskosten van [eiser] zelf, diens gederfde inkomsten en de kosten van aangetekend verzonden brieven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d5cd1a6ddabc7c8a4fa76e4fd94218793ecc84389459e5ff3ead100c0b1c8f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d5cd1a6ddabc7c8a4fa76e4fd94218793ecc84389459e5ff3ead100c0b1c8f3, en de alinea staat in dat document op bytes 15459 tot 16023.