Citaat | Hoge Raad 12 juni 2015
Onder 3.2 Hoge Raad 12 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602.
Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206, rov. 5.3). Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridisch gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. In de mogelijke precedentwerking van die uitspraak is dus niet reeds een voldoende belang gelegen, ook niet indien sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca34c5ba4f72f7867bc6de1ee627405cb11af58b964ddb2f77d492af73fbe914. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca34c5ba4f72f7867bc6de1ee627405cb11af58b964ddb2f77d492af73fbe914, en de alinea staat in dat document op bytes 11021 tot 11976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca34c5ba4f72f7867bc6de1ee627405cb11af58b964ddb2f77d492af73fbe914 | shasum -a 256