Citaat | Hoge Raad 16 juni 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 16 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1655.

Het hof constateert dat in de onderhavige zaak geen direct bewijs is verkregen dat het bij de verdachte aangetroffen geld van enig misdrijf afkomstig is. De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden zijn echter van dien aard, dat deze - in onderling verband beschouwd - het vermoeden van witwassen rechtvaardigen. Derhalve mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, die concreet en verifieerbaar is en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0fa456469acac769e7515b457336411522e4bc7edece78d354c76eb40ccade5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0fa456469acac769e7515b457336411522e4bc7edece78d354c76eb40ccade5, en de alinea staat in dat document op bytes 12326 tot 12840.