Citaat | Hoge Raad 16 juni 2015
Onder 2.3.2. Hoge Raad 16 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1656.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe12b0df9a5ea29d4258a8f26952cbc7dfc504cd0d302af8fc4b3abd571c69da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe12b0df9a5ea29d4258a8f26952cbc7dfc504cd0d302af8fc4b3abd571c69da, en de alinea staat in dat document op bytes 18070 tot 18505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe12b0df9a5ea29d4258a8f26952cbc7dfc504cd0d302af8fc4b3abd571c69da | shasum -a 256