Citaat | Hoge Raad 16 juni 2015
Onder 2.3.2. Hoge Raad 16 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1660.
Indien het Hof niet van bovenstaande onjuiste opvatting is uitgegaan, is het oordeel dat niet kon worden bewezen dat de verdachte "redelijkerwijs moest vermoeden" dat het geld uit misdrijf afkomstig was, niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent het aangetroffen geld en omtrent het ontbreken van een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a877dc2cee6be664f2b6c7707e254d45cdc9f7a5d95a62e7ab7adba3252ff798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a877dc2cee6be664f2b6c7707e254d45cdc9f7a5d95a62e7ab7adba3252ff798, en de alinea staat in dat document op bytes 13037 tot 13526.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a877dc2cee6be664f2b6c7707e254d45cdc9f7a5d95a62e7ab7adba3252ff798 | shasum -a 256