Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 2.4.2. Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1667.

In de oordelen van het Hof ligt besloten het oordeel dat de op het aanslagbiljet zelf omschreven motivering niet voldeed aan de in artikel 6, lid 3, van het CDW gestelde eis dat een schriftelijke beschikking met redenen moet worden omkleed. Voor het antwoord op de vraag welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden, geldt dat de door het middel opgeworpen stelling dat de uitspraak op bezwaar reeds hierom niet meer en niet anders kon behelzen dan vernietiging van de uitnodigingen tot betaling geen steun vindt in het recht van de Europese Unie. Naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is, is het in overeenstemming met het recht van de Europese Unie dat alsdan wordt beoordeeld of het gepleegde verzuim nadelige gevolgen heeft gehad voor de eventuele mogelijkheid om effectief bezwaar te maken tegen de uitnodigingen tot betaling. De stelling vindt gelet op het bepaalde in artikel 6:22 Awb evenmin steun in het nationale recht. Middel I faalt mitsdien in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade6f6598ef141c855c4fd38cdccfa7e9493cd41261ee1720f7c2a5b67e78d89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade6f6598ef141c855c4fd38cdccfa7e9493cd41261ee1720f7c2a5b67e78d89, en de alinea staat in dat document op bytes 15415 tot 16404.