Citaat | Hoge Raad 19 juni 2015
Onder 3.2.3 Hoge Raad 19 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1688.
Bij het bestreden arrest heeft het hof TRMI niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Het hof leidde uit de wetsgeschiedenis af dat het rechtsmiddel van art. 421 lid 4 Sv uitsluitend is bestemd voor de benadeelde partij wier vordering in de strafzaak ontvankelijk is bevonden en vervolgens ten gronde is afgewezen (rov. 6.9). Het hof voegde hieraan toe dat voor een benadeelde partij die door de strafrechter niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering, de mogelijkheid openstaat zich te wenden tot de burgerlijke rechter (in eerste aanleg) met een vordering naar burgerlijk recht, waarvoor de gewone regels van de civiele procedure gelden (rov. 6.13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b49d9dd489c42442b17ece55098163fb24add556f7d8687a3c1cd49912cd2029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b49d9dd489c42442b17ece55098163fb24add556f7d8687a3c1cd49912cd2029, en de alinea staat in dat document op bytes 13666 tot 14344.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b49d9dd489c42442b17ece55098163fb24add556f7d8687a3c1cd49912cd2029 | shasum -a 256