Citaat | Hoge Raad 23 juni 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 23 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1709.

Samen met [betrokkene 2] ben ik de kroeg uit gegaan en hebben we wat gegeten. Ik wilde naar de taxistandplaats gaan. Onderweg kwam ik iemand tegen, die mij heeft aangeboden om ons naar huis te rijden. We zijn naar mijn auto gegaan en daar ben ik ingestapt. Ik heb op de achterbank plaatsgenomen. Eerst heeft hij [betrokkene 2] naar huis gereden. Daarna zijn we verongelukt. Ik kan me niet herinneren wie degene is geweest die achter het stuur is gekropen. Ik zou het echt niet weten. Ik laat iedereen wel in mijn auto. Het zou ook zo maar een onbekende kunnen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6937dba3db7ff48af330c131cb9dbe7b5b5d9e4c79059f05713a0e23137e7b13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6937dba3db7ff48af330c131cb9dbe7b5b5d9e4c79059f05713a0e23137e7b13, en de alinea staat in dat document op bytes 10075 tot 10654.