Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.2.2 Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1728.

De Hoge Raad heeft in zijn tussenarrest (rov. 3.8–3.15) de onderdelen 3.2–3.7 gegrond geoordeeld, hetgeen tot de conclusie leidde dat het hof het primaire verweer van de Staat op ondeugdelijke gronden heeft verworpen (rov. 3.18). Daarbij overwoog de Hoge Raad dat de vraag of de gegrondbevinding van de onderdelen 3.2–3.7 tot cassatie moet leiden, afhangt van de betekenis die art. 345 VWEU heeft in het geval van een absoluut privatiseringsverbod zoals in deze zaak aan de orde is, en aan de daaraan te verbinden gevolgen. De Hoge Raad heeft daarom aan het HvJEU als prejudiciële vragen voorgelegd, kort gezegd, (I) of het onderhavige privatiseringsverbod kan worden aangemerkt als een regeling van het eigendomsrecht zoals bedoeld in art. 345 VWEU, en zo ja, (II) of dat meebrengt dat de regels met betrekking tot het vrij verkeer van kapitaal niet op het groepsverbod van toepassing zijn, althans dat aan toetsing van het groepsverbod aan de regels met betrekking tot het vrij verkeer van kapitaal niet wordt toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcacff0a9356c13f3864350ea0c0b9c846af6718c2acf97d229f77be73f3ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcacff0a9356c13f3864350ea0c0b9c846af6718c2acf97d229f77be73f3ad, en de alinea staat in dat document op bytes 8768 tot 9812.