Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.9 Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1728.

(ad a) Met het voorkomen van concurrentieverstoring door het weren van kruissubsidies wordt een louter economisch belang nagestreefd. Dat belang mag geen rechtvaardiging vormen voor een inbreuk op de fundamentele vrijheden. Daar komt bij dat de Staat onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat in de praktijk kruissubsidiëring plaatsvindt of dat daarvoor een voldoende concrete dreiging bestaat. (rov. 5.3) Bovendien was kruissubsidiëring reeds op grond van de vóór de Won bestaande regelgeving verboden en heeft de DTe [Hoge Raad: later de Energiekamer, thans de Autoriteit Consument en Markt (ACM)] uitgebreide bevoegdheden om daartegen op te treden. Meer regelgeving en zwaarder toezicht vallen te prefereren boven een inbreuk op het vrij verkeer van kapitaal, tenzij dat niet effectief of onevenredig kostbaar of bezwarend zou zijn; dat dit laatste het geval is, heeft de Staat echter niet voldoende gemotiveerd aangevoerd. Het voorschrijven van splitsing gaat dus verder dan voor het tegengaan van kruissubsidiëring noodzakelijk is. (rov. 5.4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcacff0a9356c13f3864350ea0c0b9c846af6718c2acf97d229f77be73f3ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcacff0a9356c13f3864350ea0c0b9c846af6718c2acf97d229f77be73f3ad, en de alinea staat in dat document op bytes 17381 tot 18461.