Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.14.3 Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1729.

Nu de rechter bij de toetsing van wetgeving aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel in beginsel de door de Staat nagestreefde doelstelling van algemeen belang (indien dat in aanmerking kan worden genomen) en het in dat kader beoogde beschermingsniveau tot uitgangspunt dient te nemen, past hem in zoverre derhalve terughoudendheid. Blijkens de hiervoor bedoelde rechtspraak van het HvJEU moet de rechter vervolgens met inachtneming van dat uitgangspunt onderzoeken of de ingevoerde maatregelen geschikt zijn om het nagestreefde doel te dienen en niet verder gaan dan nodig is om de beoogde doelstelling te bereiken. Bij dit onderzoek past, anders dan de Staat kennelijk met onderdeel 5.4 wil betogen, niet dat de rechter (ook in zoverre) terughoudendheid in acht moet nemen. De rechter dient aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel te toetsen, zulks aan de hand van hetgeen ten processe over en weer is aangevoerd en van hetgeen uit de totstandkomingsgeschiedenis van de desbetreffende wetgeving blijkt. Een andere opvatting zou te zeer afbreuk doen aan de door het VWEU gewaarborgde vrijheden, die immers (ook) door de nationale rechter gehandhaafd moeten worden. Onderdeel 5.4 treft dan ook geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79fe47720da8b78ee796484c37d2b4512907701b99d3ba6d8a22844b8559bef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79fe47720da8b78ee796484c37d2b4512907701b99d3ba6d8a22844b8559bef8, en de alinea staat in dat document op bytes 33764 tot 34994.