Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.17.1 Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1729.

Volgens onderdeel 5.11 mag, anders dan het hof in rov. 5.3 heeft geoordeeld, niet van de Staat worden verlangd dat hij aantoont dat in de praktijk kruissubsidiëring plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, dan wel dat daarvan een voldoende concrete dreiging bestaat. Voldoende is dat het risico van kruissubsidiëring, en daarmee het risico van negatieve invloeden van commerciële activiteiten op het netbeheer, in de structuur van geïntegreerde energiebedrijven niet kan worden uitgesloten, mede gelet op het feit dat de energiemarkt zeer in beweging is en financiële risico’s niet denkbeeldig zijn. Daarbij wijst het onderdeel erop dat de DTe meerdere malen sterke vermoedens heeft gehad dat sprake is geweest van concurrentieverstorende gedragingen, en het betoogt dat dit een voldoende rechtvaardiging is voor een inbreuk op het vrij verkeer van kapitaal, ook omdat kruissubsidiëring in de praktijk nu eenmaal moeilijk is te ontdekken en daarom moeilijk is te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79fe47720da8b78ee796484c37d2b4512907701b99d3ba6d8a22844b8559bef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79fe47720da8b78ee796484c37d2b4512907701b99d3ba6d8a22844b8559bef8, en de alinea staat in dat document op bytes 37702 tot 38693.