Citaat | Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.5.1 Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1753.

Bij een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling dient ingevolge art. 27 lid 2 Wet Bopz een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 21 Wet Bopz te worden overgelegd. In een geval waarin de inbewaringstelling is gelast op basis van een schriftelijke verklaring van een arts die geen psychiater is, brengt de bepaling van art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM mee dat de rechter, onverminderd het bepaalde in art. 29 lid 2 Wet Bopz, een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling slechts mag verlenen na te hebben kennisgenomen van een schriftelijke – dan wel ter zitting mondeling afgelegde en in het proces-verbaal van de zitting te vermelden – verklaring van een niet-behandelend psychiater die persoonlijk de betrokkene na diens inbewaringstelling heeft onderzocht (HR 26 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4375, NJ 2008/607).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe0ae42c914f29f40bf902aeecc95e080d8e3276645012558740bbc91426478b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe0ae42c914f29f40bf902aeecc95e080d8e3276645012558740bbc91426478b, en de alinea staat in dat document op bytes 10965 tot 11871.