Citaat | Hoge Raad 30 juni 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1756.
"De raadsman heeft ter terechtzitting van dit hof - in de kern en zakelijk weergegeven - bepleit dat het bepaalde in artikel 55, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr) zich verzet tegen een veroordeling ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde medeplegen van een bedrieglijke bankbreuk. Daartoe is door de raadsman het volgende aangevoerd. Artikel 343 Sr stelt strafbaar de bestuurder of de commissaris van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard. De verdachte bezit geen van beide hoedanigheden. Hoewel gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad in beginsel een veroordeling ter zake van medeplegen van een dergelijk kwaliteitsdelict tot de mogelijkheden behoort, staat artikel 344 Sr, dat aan de verdachte hetgeen hem onder 1 subsidiair is tenlastegelegd hieraan in de weg. In artikel 344 Sr is immers een strafbepaling opgenomen die expliciet ziet op faillissementsdelicten gepleegd door derden, zodat sprake is van een specialiteitsverhouding. Gelet op het bepaalde in artikel 55, tweede lid, Sr dient de speciale bepaling te worden toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84f44fdcfe821c19946afb9eaeccd35ee13b3c2314fe4123ddfa537613a904ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84f44fdcfe821c19946afb9eaeccd35ee13b3c2314fe4123ddfa537613a904ab, en de alinea staat in dat document op bytes 13023 tot 14132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/84f44fdcfe821c19946afb9eaeccd35ee13b3c2314fe4123ddfa537613a904ab | shasum -a 256