Citaat | Hoge Raad 30 juni 2015

Onder 2.4.3. Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1756.

"Twee op zich zelf staande misdrijven betreft het hier, die in geenen deele onder de gevallen van medepligtigheid aan eenvoudige of bedriegelijke bankbreuk behooren begrepen te worden en daarmede aan den anderen kant ook wel kunnen concurreren. Het is dus onjuist te eischen, dat het onttrekken van goederen aan den boedel geschied zij 'dans l'intérêt du failli', gelijk de fransche wet van 1838 bepaalde, of 'im Interesse eines Kaufmans, welcher seine Zahlungen eingestellt hat', zooals § 282 D. Wb. het uitdrukt (...). Wel moet vaststaan, dat de dader gehandeld hebbe ter bedrieglijke verkorting van de regten der schuldeischers. Ook mag hier niet gesproken worden, met art. 9 der wet van 1837, van zamenspanning met den bankbreukige om zijne goederen te verduisteren."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84f44fdcfe821c19946afb9eaeccd35ee13b3c2314fe4123ddfa537613a904ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84f44fdcfe821c19946afb9eaeccd35ee13b3c2314fe4123ddfa537613a904ab, en de alinea staat in dat document op bytes 18621 tot 19408.