Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 4.1 Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:178.

De klachten falen. Het oordeel van het hof dat de gemiddelde consument in de periode 2000-2007 niet verwachtte dat door Staatsloterij werd getrokken uit een ‘universum’ dat aanzienlijk groter was dan het aantal daadwerkelijk verkochte loten behelst, anders dan het onderdeel betoogt, niet het aannemen van een feit van algemene bekendheid of een algemene ervaringsregel, maar is een feitelijke vaststelling van het hof omtrent de verwachtingen van de gemiddelde consument in de desbetreffende periode. Het hof behoefde niet met zoveel woorden in te gaan op de door Staatsloterij ingenomen stellingen omtrent enig andersluidend gebruik ‘in loterijland’. In zijn oordeel ligt immers besloten dat dit gebruik niet (in voldoende mate) kenbaar was voor de gemiddelde consument. Dit oordeel is geenszins onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf3be369a916d1f632284e9cb347309bc5ef12978014c072d270f8408fa1717e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf3be369a916d1f632284e9cb347309bc5ef12978014c072d270f8408fa1717e, en de alinea staat in dat document op bytes 18010 tot 18844.