Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 5.3 Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:178.

Het hof heeft deze bepaling aldus uitgelegd dat het minimumpercentage van 60 niet ziet op iedere trekking afzonderlijk, maar op een langere periode (een jaar) waarin fluctuaties in de maandelijkse inleg kunnen worden gladgestreken, aangezien Staatsloterij niet op voorhand weet hoe groot de inleg per trekking zal zijn, terwijl zij wel verplicht is om op voorhand de prijzen bekend te maken. Een andere lezing zou immers ertoe leiden dat Staatsloterij in voorkomend geval achteraf extra prijzen aan een trekking zou dienen toe te voegen, een stelling die door Loterijverlies niet is verdedigd, aldus nog steeds het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf3be369a916d1f632284e9cb347309bc5ef12978014c072d270f8408fa1717e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf3be369a916d1f632284e9cb347309bc5ef12978014c072d270f8408fa1717e, en de alinea staat in dat document op bytes 23203 tot 23835.