Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 3.2 Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:179.
Op grond van deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat de nietige erkenning op grond van art. 3:58 lid 1 BWC - dat krachtens het overgangsrecht op de erkenning van toepassing is - zijn bekrachtigd. Ingevolge art. 3:59 BWC is titel 2 van Boek 3 BWC, waarvan art. 3:58 BWC deel uitmaakt, van overeenkomstige toepassing buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. De aard van de rechtshandeling die strekt tot erkenning van een kind, verzet zich niet tegen overeenkomstige toepassing van art. 3:58 lid 1 BWC. (rov. 2.7-2.9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee1d58afb2cb5fcaa4db2fd42c45d9a00c981b02f793ec353e3f4b820b1dcb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee1d58afb2cb5fcaa4db2fd42c45d9a00c981b02f793ec353e3f4b820b1dcb8, en de alinea staat in dat document op bytes 9554 tot 10172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ee1d58afb2cb5fcaa4db2fd42c45d9a00c981b02f793ec353e3f4b820b1dcb8 | shasum -a 256