Citaat | Hoge Raad 7 juli 2015

Onder 3.3. Hoge Raad 7 juli 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1802.

Vooropgesteld dient te worden dat een aanvrager bij zijn aanvraag tot herziening aannemelijk moet maken dat en waarom getuigen op een hem belastende verklaring terugkomen. In zijn verklaring stelt [betrokkene 1] dat hij van [betrokkene 2] heeft gehoord dat zij terugkomt op haar eerder in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaring, welke verklaring het Hof voor het bewijs heeft gebezigd. De aanvraag noch de verklaring van [betrokkene 1] houdt in dat door [betrokkene 2] redenen zijn opgegeven voor het terugkomen op haar eerder afgelegde verklaring. Daarom is er onvoldoende grond om aan te nemen dat deze verklaring onjuist is. De bij de aanvraag overgelegde verklaring wekt derhalve niet een ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10bc451dd301cd040f057cdb3f5cf356282a56fa351db285dff141b8b8e3e8ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10bc451dd301cd040f057cdb3f5cf356282a56fa351db285dff141b8b8e3e8ad, en de alinea staat in dat document op bytes 6375 tot 7163.