Citaat | Hoge Raad 7 juli 2015
Onder 2.2.4. Hoge Raad 7 juli 2015
Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1805.
Is het in een bepaalde branche of sector gebruikelijk dat men zich wapent tegen bedrog, bijvoorbeeld door het vragen van legitimatie, dan zal men bijvoorbeeld de klant niet op zijn blauwe ogen mogen geloven en is er minder snel sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr. Is het daarentegen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk dat men op basis van goed vertrouwen handelt, dan levert het op bedrieglijke wijze handelen in strijd met dat verwachtingspatroon wel het aannemen van een valse hoedanigheid op, aangezien in het rechtsverkeer dan de juistheid van zo'n pretentie tot uitgangspunt pleegt te worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bcb0cc51b688ea35169507e8a81e3147dd52cd3b03d5aec050a8911acf7c71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bcb0cc51b688ea35169507e8a81e3147dd52cd3b03d5aec050a8911acf7c71, en de alinea staat in dat document op bytes 18875 tot 19544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23bcb0cc51b688ea35169507e8a81e3147dd52cd3b03d5aec050a8911acf7c71 | shasum -a 256