Citaat | Hoge Raad 7 juli 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 7 juli 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1810.

Het hof acht ook aannemelijk dat de het horen van de zegsman en de tussenpersonen leidt tot onthulling van de identiteit van de CIE-informant met voornoemd gevaar voor hem als gevolg. In dat licht heeft naar het oordeel van het hof de weigeringsgrond van artikel 288, eerste lid sub b, van het Wetboek van Strafvordering in dit geval ook te gelden voor het horen van de zegsman en de tussenpersoon. Het hof zal het verzoek tot horen van de zegsman en de tussenpersoon afwijzen, nu het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de CIE-informant door het afleggen van een verklaring door de zegsman en de tussenpersoon in gevaar wordt gebracht. Het voorkomen van dit gevaar weegt naar het oordeel van het hof in dit geval zwaarder dan het belang van de verdediging om de beide personen te horen. Het hof stelt overigens vast dat de verdachte tenminste gedeeltelijk is gecompenseerd doordat in eerste aanleg de deelnemers aan het telefoongesprek, [betrokkene 1] en [betrokkene 2], alsmede de CIE-officier van justitie en de teamleider CIE zijn gehoord en de verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce08be29aa79471be55cbf03e5b6b3107612289e2a673d7e0d71851ab613a304. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce08be29aa79471be55cbf03e5b6b3107612289e2a673d7e0d71851ab613a304, en de alinea staat in dat document op bytes 11105 tot 12248.